Column

De lijdensweg der scharen

"Ga maar vast zitten, dan kom ik er zo aan." Met deze inspirerende woorden begint mijn tweemaandelijkse martelgang. Het is namelijk weer tijd voor een bezoekje aan de kapper.

Vol weemoed stap ik op de fiets. De trappers trappen zwaar, de wind waait met volle kracht in mijn gezicht en het laatste straaltje zon verdwijnt achter een wolk. Mijn lichaam is op weg naar de kapper, maar in gedachte droom ik van de terugweg naar huis. Een kwestie van doorbijten, want over een uur gaat deze droom in vervulling.

Bestemming bereikt. Nog één keer goed in- en uitademen en de awkwardness kan beginnen. Voor een semiprofessionele mopperaar als ondergetekende is een bezoek aan de kapper een ware beproeving. Verplicht luisteren naar verhalen die mij totaal niks interesseren en dan ook nog 'oprecht' reageren. Aanhoren hoe het met de kinderen, hond, 'manlief' of hun buurvrouw gaat. En vooral het ellenlange gezwets over de collega's en wie wat nu weer heeft uitgespookt. Misschien leuk als je 75 bent en de deur niet maar uitkomt, maar als 21-jarige vermijd ik die situaties het liefst. Maar goed, mijn dode marmot genaamd Herman moet toch eens bijgewerkt worden, dus met een overtuigende pokerface stap ik naar binnen.

"Sander. 10:15", probeer ik op een James Bond-achtige manier te zeggen. Zo te zien maakt het weinig indruk, maar het is nu in ieder geval duidelijk dat met deze jongen niet valt te sollen. Ik neem plaats in de stoel en wacht vol spanning af wie er op mij af komt lopen. Shit, een normale! In mijn lange loopbaan als kappersklant heb ik namelijk een theorie ontwikkeld. Er zijn twee soorten kapsters door wie je geknipt wilt worden. 1: de dikke kapster. De kleine, meestal blonde kapster met een lekker buikje. Die knippen net als dat ze eten, goed en grondig. Of 2: de hipster kapster. De dunne, meestal donkerharige, kapster die knipt omdat ze haar roze Smart toch ergens van moet betalen (piercings optioneel). Beiden leveren het beste resultaat op, dus doe je voordeel met deze levensles.

Mijn kapster valt niet binnen categorie 1 of 2, maar ik besluit het een kans te geven. Zelfs Einstein had niet altijd gelijk, dus ik sta open voor suggesties. "Wat zullen we met je haar doen?" Ik: "Nou, ik zou meteen de defilibrator er bijhalen, want ik vrees dat het voor mond-op-mond al te laat is". Jeanette, we noemen haar voor het gemak even Jeanette omdat ze zo heet, snapt hem niet. Ik uitleggen: dode marmot, nieuw leven in blazen, bos droog stro. Beginnen de mondhoeken iets op te krullen, maar van harte gaat het niet. Dit is het begin van een moeizame driekwartier.

Het duurt niet lang voordat de ondervraging begint. Wat doe je? Kom je hier vandaan? Waar ga je naar school? Oh leuk communicatie, wat doe je dan precies? Wat wil je later gaan doen? Waar werk je? Niks Guantánamo Bay. Zet een terrorist bij de kapper en binnen een half uur heb je zestien aanslagen verijdeld!

Oprecht geïnteresseerd als ik ben, vraag ik uiteraard of Jeanette er al lang werkt. Ja, Carla kwam niet meer terug na zwangerschapsverlof, dus toen bleef ik. Maar wel zwaar hoor, de hele dag staan enzo. Tsja, wat had je dan verwacht toen je kapster besloot te worden? Voetmassages en middagdutjes? Wijselijk besluit ik die opmerking maar voor mij te houden, want Jeanette bedoelt het zo slecht nog niet.

Langzaamaan begint de marmot weer tot leven te komen. En na ruim een half uur, als Herman weer begint met ademen, eindigt het gesprek met een leuke anekdote over haar nieuwe scheermesje. Werkt perfect bij de rug van haar kerel, dus voor mijn nek is het ook ideaal. Lekker! Het is dat ik mijn fietssleutel voel branden in mijn broekzak, want anders had Jeanette even de tondeuse kunnen halen.

Eindelijk, mijn martelgang is weer tot een einde gekomen. Ik betaal, zeg Jeanette gedag, pak het typische pepermuntje, haal adem en ren de vrijheid tegemoet. De lijdensweg der scharen is weer tot een einde gekomen. Nog maar 61 dagen tot de volgende beproeving!

Sander